Ik heb ooit eens geschreven dat ik verwachtte inspiratie te krijgen wanneer onze dochter zou beginnen met praten. Dat is nu al een bijna een jaar het geval, maar ik wist nog niet precies hóe ik daar iets over wou schrijven. Alleen een opsomming van alle woordjes leek me niet zo interessant. Onlangs gebeurde er een paar keer iets grappigs waarvan het me wel leuk leek om daar iets over te zeggen. Ze praat mij namelijk vaak na, maar heeft dan niet goed door waarom het niet logisch is als zíj dat tegen míj zegt.
Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer we ergens lopen en zij blijft ergens treuzelen. Ik vraag dan ‘ga je mee?’. Maar laatst was het zo dat zij een paar meter achter me stilstond en toen zei ze ‘ga je mee?’ waarna ze naar me toe kwam dribbelen. Ze associeert de uitspraak dus wel met iets als ‘doorlopen’, maar ze heeft nog niet door dat het grappig is als ze dat aan mij of aan zichzelf vraagt.
Datzelfde gebeurde toen ze mij een stukje van haar koekje gaf. ‘Koekje is mama’ zei ze, waarop ik reageerde met ‘ah dat is lief’. De rest van de dag kreeg ik hapjes eten van haar, waarbij ze zei ‘is mama’ en dan ‘ah lief’. Op zich niet fout natuurlijk, want het ís ook lief. Dat deed ze ook met een ander complimentje. Toen we in de auto zaten zei ze al aan het begin van de straat ‘daar is de opvang!’. Toen zei ik ‘ja klopt’, waarop zij reageerde met ‘goed gezien’. Ik vind het eigenlijk wel iets moois hebben om het ook gewoon tegen jezelf te zeggen als je iets goeds of liefs gedaan hebt. Ik denk dat het best leuk kan uitpakken als wij dat als volwassenen ook gaan doen. ‘Alsjeblieft, hier zijn de notulen. Dat heb ik snel gedaan.’
Iets anders dat ze lange tijd andersom heeft gedaan is ‘dankjewel’ zeggen. Ze zei dat vaak als ze iets aan mij gaf. Niet zo gek natuurlijk, want ze heeft altijd gehoord dat ik ‘dankjewel’ zei als ik iets van haar aanpakte. En die rolverdeling van gever en ontvanger had nog niemand haar uitgelegd. Dat geldt ook voor het verschil tussen ‘jou’ en ‘mij’. Ze weet dondersgoed te zeggen wanneer iets van haar is. ‘Is mij!’. Maar als je dan vraagt: ‘is dat van jou?’ reageert ze met ‘nee, mij’. Zij hoort dan natuurlijk twee verschillende woorden. En ze zal wel denken: als iets van mij is kan het niet ook van jou zijn.
Dit lijkt me meteen een verklaring waarom zoveel ouders over zichzelf gaan praten in de derde persoon. Dan is er gelijk geen verwarring meer mogelijk. ‘Is deze voor mama?’ ‘Kom je bij mama op schoot?’ Ondanks dat ik het vrij stom vind klinken, maak ik me er zelf ook schuldig aan. Maar als ik mezelf erop betrap verbeter ik het wel snel. Anders duurt het alleen maar langer voordat ze snapt dat ‘ik’ ook een ‘ik’ ben en dat ‘van jou’ voor haar ‘van mij’ betekent. Ik ben benieuwd op welke leeftijd ze deze laatste zin goed begrijpt.
Je kunt mij jouw reactie geven.
