Op het vorige blog kreeg ik deze reactie: “Op de radio hoorde ik iemand die het had over tegensputteren; je kan sputteren en je kan iemand tegenspreken, maar tegensputteren vind ik verbaal geknoei waar de spetters vanaf vliegen!”. Dit vond ik een perfect onderwerp om weer een nieuw blog over te schrijven.
In mijn vorige blog had ik het over contaminaties: verkeerde samentrekkingen. In eerste instantie was ik het met bovenstaande opmerking eens, dat tegensputteren ook een onjuiste vermenging is van tegenspreken en sputteren. Toch vroeg ik het voor de zekerheid ook nog even aan een van mijn beste vrienden: D. van Dale. Die zei me tot mijn verbazing dat tegensputteren ook prima is. Beide vormen hebben dezelfde betekenis, namelijk ‘bezwaren uiten’.
(Zie hier het bewijs)

Dit vind ik interessant. Want als sputteren ook al ‘bezwaren uiten’ betekent, waarom zou je er dan nog tegen voor zetten? We kunnen dan toch gewoon alleen de vorm sputteren hanteren? Het verandert niets aan de betekenis wanneer we er tegen voor zetten, dus lijkt dit me overbodig.
In dit opzicht is het woord tegenstribbelen nog opvallender, want hierbij is het niet zo dat zowel tegenstribbelen als stribbelen in het woordenboek opgenomen zijn. We hanteren alleen het woord tegenstribbelen (betekenis: verzet bieden) en stribbelen op zichzelf is niets. Maar als stribbelen niets is, waarom kun je dan wel tégenstribbelen? Suggereert dit niet dat stribbelen op zichzelf ook een fenomeen is? En nog interesssanter: doet de vorm tegenstribbelen niet vermoeden dat er ook nog een andere vorm van stribbelen is? Iets als voorstribbelen of meestribbelen?
In het geval van tegenwerken is dat wel heel duidelijk het geval. Werken op zichzelf heeft een betekenis, namelijk: bezig zijn/arbeid verrichten. Meewerken betekent ook iets, namelijk: assisteren/behulpzaam zijn. En tegenwerken heeft weer een andere betekenis, namelijk: dwarsbomen. Tegenwerken en meewerken staan hierbij qua betekenis lijnrecht tegenover elkaar. Datzelfde zien we ook bij tegenvallen en meevallen. Het komt dus wel voor in onze taal dat bij woorden waar tegen in staat er ook een tegengestelde variant is.
Dus waarom is er dan geen tegenhanger van tegensputteren en tegenstribbelen? Ik zal jullie meteen even uit de droom helpen; ik weet het antwoord ook niet. Wel ben ik van mening dat we er maar beter consequent in kunnen zijn. Als we de term sputteren gaan gebruiken, zonder tegen, moeten we eigenlijk ook stribbelen gebruiken zonder tegen. En als we ervoor kiezen om van deze woorden wel de variant met tegen goed te keuren, dan moeten we ook tegenhangers daarvan gaan gebruiken. Dus bij dezen keur ik vanaf nu ook de woorden voorsputteren en meestribbelen goed. Al is het alleen maar omdat meestribbelen zo enthousiast klinkt.
