Tweeëntwintigste blog – Afko d.w.i.n.a.m.

Er zijn veel mensen die graag afkortingen gebruiken. Zelf houd ik er niet zo van. Net als dat ik niet van bijnamen houd. Misschien juist omdat ik niet van afkortingen houd, dat het me meer opvalt hoe vaak ze gebruikt worden. Niet alleen op mijn werk, maar ook in het dagelijks leven.

Toen ik net begon te werken waar ik nu werk, hoorde ik meteen al bekende afkortingen uit mijn studententijd. En niet uit de tijd van het stappen, maar van verslagen en scripties maken. Termen als ‘PVA’ (plan van aanpak) en ‘StaVaZa’ (stand van zaken). (Dat hoofdlettergebruik heb ik er zelf maar bij verzonnen om nog een beetje aan te geven dat het uit losse worden bestaat.) Ik snap dat het iets minder typwerk is om alleen de eerste letters (of eerste twee of eerste drie) van een woord te gebruiken. Maar om zulke lange en ingewikkelde woorden gaat het in dit geval helemaal niet. Dus ik zie er niet zoveel meerwaarde in om toch al korte woorden nog korter te maken.

Een ander woord dat ik vreselijk vind is ‘prio’. Bijvoorbeeld in een zin als ‘we moeten even kijken wat prio heeft.’ Als je het woord ‘prioriteit’ te lang vindt, zeg dan gewoon ‘voorrang’. Dat heeft net zoveel lettergrepen als ‘prio’. En als je wel graag het duurdere woord ‘prioriteit’ wil gebruiken, gebruik ‘m dan ook helemaal. Het woord betekent nota bene dat iets voorrang heeft en dus belangrijk is. En dan vinden we het woord zelf nog niet eens belangrijk genoeg om volop uit te spreken? Dat is in mijn ogen een beetje tegenstrijdig. Alsof we het woord ‘volledigheid’ ook zouden afkorten naar ‘volledi’.

En dan zijn er nog de standaard afkortingen die je ook leert op school. ‘O.a.’ voor onder andere. ‘Bijv.’ voor bijvoorbeeld. In een Whatsapp-bericht snap ik dat dat makkelijk kan zijn. (Al ben ik er zelf geen ster in om steeds te switchen tussen letters en leestekens.) Maar ik heb een collega die er een sport van maakt om in zijn mail ook zoveel mogelijk van deze afkortingen te zetten. Hij mailde mij laatst zelfs een zin met meer afkortingen dan uitgeschreven woorden: ‘E.e.a. i.o. Klantanalyse i.v.m. rapportages etc.?’ Dat vond ik bijna knap! Ik was er bij die collega nog niet achter of hij echt een meerwaarde ziet in afkortingen of dat hij het voor de grap doet. Maar na zijn laatste mail neig ik er toch naar dat het sarcasme is. Ik mailde hem een reactie op zijn vraag en zijn reactie was ‘D.I.O.! (Dik in orde! 😊)’. Vooruit, dat kan ik dan wel weer waarderen. 

Maar niet alleen mijn collega’s zijn er gek op. Ook in de media kom ik steeds vaker afkortingen tegen. Het klapstuk van de afgelopen tijd is toch wel de afkorting ‘persco’. Zit je in een pandemie, houdt de minister-president een serieuze persconferentie over het wel of niet invoeren van een avondklok, degraderen wij dat tot een ‘persco’. Dat klinkt bijna gezellig. Als een drankje. Een baco voor meneer en een persco voor mevrouw. 

Naar mijn idee wordt de betekenis van een woord kleiner en minder belangrijk als we een woord afkorten. Dus laten we dat voor serieuze en belangrijke woorden maar niet doen. Anders blijven we bezig. Dan hebben we het binnenkort over een ‘relscho’ (relschopper), een ‘akb’ (avondklokboete) of een ‘vacci’ (vaccinatie). D.w.i.n.a.m. (Daar werk ik niet aan mee).

P.s. Ik maak één uitzondering als het om afkortingen / bijnamen gaat. Ik noem mijn vriend Gijsbert 99,9% van de tijd Gijs.

Heb jij een favo afko? Laat het hier weten.