Twintigste blog – Een coronablog over coronawoorden

Het coronavirus brengt ons veel. Veel ellende, veel verandering, veel initiatieven, maar vooral ook: veel nieuwe woorden. Of eigenlijk nieuwe samenstellingen van woorden. Je neemt een bestaand woord, je zet er corona voor en het heeft ineens een andere betekenis.

Het begint natuurlijk met een paar woorden die te maken hebben met de situatie. Woorden als coronavirus, corona-uitbraak, coronapatiënten of coronadoden, daar kijkt niemand van op. Die woorden heb je nodig om een bepaalde situatie te beschrijven. 

De andere samengestelde woorden die ontstaan zijn vaak niet per se nodig. Die ontstaan meer uit gemakzucht. Op mijn werk hebben we veel te maken met communicatie rondom corona. In de brieven, e-mails of websiteteksten die wij schrijven staat tegenwoordig altijd wel een stukje tekst over het virus. Op mijn werk is het dan ook al de normaalste zaak van de wereld dat je zegt dat je met een coronatekst bezig bent. Sterker nog, de tekstschrijvers heten bij ons normaal contentexperts. Maar de tekstschrijvers die zich veel met coronateksten bezig houden noemen we inmiddels corona-experts. (En nee, het zijn geen virologen)

Op websites waar het veel over corona gaat zie je nu ook bijna standaard corona-update staan wanneer ze weer een nieuwtje hebben toegevoegd. En het snelst ingeburgerde woord in de Nederlandse taal is denk ik wel corona-app. Op 7 april geïntroduceerd en nu, zes dagen later, al niet meer uit onze taal weg te denken. Het valt me mee dat ze er niet nog iets cools van hebben geprobeerd te maken. Iets als coronagram. 

Ook uit krantenkoppen zijn de coronawoorden niet meer weg te slaan. 

In de Volkskrant (10-04-2020) staat in koeienletters het woord coronadoorverwijzing. In de ondertitel staat vervolgens wat ze er eigenlijk mee bedoelen: ‘..het doorverwijzen van zorgpersoneel voor een test op het coronavirus.’ Dan is coronadoorverwijzing inderdaad een stuk korter. 

In de Gelderlander (11-04-2020) gaat het over een corona-brandhaard. Misschien waren ze zat van het woord epicentrum. Of misschien wilden ze het extra spannend laten lijken, waar het woord ‘zombiefilm’ natuurlijk ook voor een groot deel aan bijdraagt.

Op de website van Omroep Gelderland (11-04-2020) staat in de titel het woord corona-praatje. Prachtig woord natuurlijk, maar wat bedoelen ze er eigenlijk mee? Direct onder de titel staat de uitleg: ‘Een hulpverlener van de gemeente Culemborg die zich bezighield met de strijd tegen het coronavirus is vrijdagmiddag mishandeld. Dat gebeurde toen de medewerker een praatje wilde maken met een man die geparkeerd stond.’ 

Juist. Er staat nergens in het hele artikel dat het praatje ook over het onderwerp corona is gegaan. Het gaat dus om een gewoon praatje. Maar omdat de man die een praatje wilde maken zich wel bezighield met de strijd tegen het coronavirus vonden ze het wel passend om er corona-praatje van te maken. Mooi om te zien hoe (onnodig) creatief mensen worden in deze tijden. 

Wel jammer dat de nieuwe coronawoorden vaak niet goed worden geschreven. Het is natuurlijk ook lastig om van een nieuw verzonnen woord te bepalen hoe je dat eigenlijk goed schrijft. Maar in het geval van de coronawoorden gaat het altijd om een samenstelling. Op de website van OnzeTaal staat: ‘..een basisregel van de Nederlandse spelling is dat je samenstellingen aan elkaar moet schrijven.’ Daar is wel een uitzondering op: ‘Bij onder meer klinkerbotsing is een streepje verplicht.’ 

Woorden als coronavirus, coronabrandhaard of coronapraatje mogen dus allemaal gewoon aan elkaar geschreven worden. Pas als het problemen oplevert voor de leesbaarheid, bijvoorbeeld door een klinkerbotsing, is een streepje nodig. Vandaar dat corona-app of corona-update wel met streepje geschreven worden. Verder kunnen we in het Nederlands woorden aan elkaar plakken zoveel we maar willen. Een woord als coronaviruspatiëntenaantal zou dus gewoon mogen.

Tot slot nog even het coronawoord waarvan ik vermoed dat het nog wel eens het woord van 2020 zou kunnen worden. Coronadiploma. Arie Slob, Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, is er voorstander van om dit woord niet meer te gebruiken. Maar het ligt nu eenmaal erg lekker in de mond. Van een eindexamenfeest met drankcoma, naar thuiszitten met je coronadiploma. Schrijnend. 

Wil je een coronareactie geven? Dat kan hier.