Na blogs over het gebruik van bepaalde woorden en de betekenis of logica hiervan is het nu wel weer eens tijd voor een stukje over taalgebruik in bredere zin. Over een onderwerp dat nog niet eerder aan bod is gekomen, namelijk ‘taalhandelingen’. Taalhandelingen zijn de handelingen die je kunt doen door middel van taal, zoals bijvoorbeeld beloven, verzoeken, bevelen of dreigen. Je kunt aangeven welke taalhandeling je doet door dit te benoemen, maar vaak komt het ook in een formulering naar voren zonder dat je het er expliciet bij vermeldt.
Zoals gezegd zijn beloven, verzoeken, bevelen en dreigen voorbeelden van taalhandelingen. Deze kunnen expliciet in een formulering naar voren komen, maar ook impliciet. Van beide vormen staat hier een voorbeeld:
- Ik verzoek u allen om plaats te nemen
- Ik zou graag willen dat u allen plaatsneemt
In beide gevallen is het duidelijk dat het om een verzoek gaat, ondanks dat in het tweede voorbeeld het woord ‘verzoeken’ niet expliciet genoemd wordt. We herkennen deze taalhandeling vaak vanzelf wel door specifieke woorden (bijv. graag) of door de context. In sommige situaties wordt er bijvoorbeeld al verwacht dat iemand een verzoek zal gaan doen. Meestal kost het mensen geen moeite om te snappen welke taalhandeling iemand probeert te doen. De taalhandeling zelf hoeft daarom niet altijd expliciet genoemd te worden door de spreker.
Er bestaan zelfs taalhandelingen waarbij het raar is wanneer deze expliciet benoemd worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dreigen. Wanneer iemand zegt ‘als je m’n goudvis kwijtraakt doe ik je wat’, dan voelen we wel aan dat het gaat om een dreigement. Het is niet nodig om een formulering te gebruiken als ‘ik dreig nu dat ik je wat ga aandoen als je m’n goudvis kwijtraakt’. Sterker nog, dit is bijna een beetje lachwekkend. Grote kans dat overvallers met bivakmutsen en zwaar geschut toch wat raar aangekeken worden wanneer ze binnenkomen met ‘hierbij dreig ik dat ik u neerschiet als u me geen geld geeft’. De taalhandeling ‘dreigen’ is er dus een die niet zozeer aangegeven hoeft te worden, omdat die vaak vanzelf wel duidelijk is.
Twee andere taalhandelingen die vaak ook niet expliciet naar voren komen in een formulering zijn complimenteren en beledigen. Althans, ik heb nog nooit iemand horen zeggen ‘ik complimenteer je nu met je leuke trui’ of ‘hierbij beledig ik je met het feit dat je haar stom zit’. Ook deze taalhandelingen worden meestal vanzelf wel ontdekt door de luisteraar. Tenzij er sarcasme in het spel is.
Het interessante aan taalhandelingen is wel dat ze pas uitgevoerd zijn als ze ook daadwerkelijk het doel van de handeling bereiken. Dus de taalhandeling dreigen is pas geslaagd als iemand zich na het horen van de uiting ook echt bedreigd voelt. En er is pas sprake van beledigen als de luisteraar zich na de opmerking die deze taalhandeling met zich meedroeg ook echt beledigd voelt. Vandaar dat het ook kan dat een spreker een uiting doet met de intentie een bepaalde taalhandeling uit te voeren, maar dat dit uiteindelijk niet lukt omdat de luisteraar de uiting niet op die manier interpreteert. Dit gebeurt natuurlijk bij uitstek bij de taalhandelingen complimenteren en beledigen.
Als iemand zegt ‘leuke broek’ kan het best zijn dat de ander reageert met ‘nee jij ziet er lekker uit’. Terwijl diegene misschien wel echt de intentie had om de ander te complimenteren met de leuke broek. Taalhandeling niet geslaagd dus. Andersom komt het ook voor dat iemand een uitspraak doet als ‘jeetje jouw schoenen! Die kunnen echt niet meer’. Maar wanneer de ander dan zegt ‘haha klopt, ik ga vanmiddag nieuwe kopen’ voelt diegene zich duidelijk niet beledigd, dus ook hier is de taalhandeling niet geslaagd.
Je kunt dus zelf nog zo’n duidelijke intentie hebben met een bepaalde uitspraak, maar als de ander het anders interpreteert is jouw taalhandeling niet met succes uitgevoerd. Door de reactie van de ander kun jij er dus haarfijn op gewezen worden dat je niet in staat bent je taalhandeling duidelijk over te brengen. Dat is pas een belediging!
