Zevende blog
Veel beroepen hebben hun eigen vakjargon. En bij veel van die beroepen vind ik dat ook logisch. Of in ieder geval; heb ik er geen last van. Dat geldt niet voor obers. Obers hebben ook een soort eigen vakjargon bedacht. Maar dan niet voor onderlinge communicatie, maar voor de communicatie naar de gasten toe. Ik ben altijd erg benieuwd of ze dat daadwerkelijk leren op de hogere hotelschool of dat ze elkaar maar gewoon domweg nadoen. Één ding weet ik wel zeker: hoe chiquer het restaurant, hoe vreemder de taal.
Paulien Cornelisse heeft in een van haar boeken ook al eens “obertaal” geanalyseerd. Zij verwonderde zich over de vraag ‘Had u nog iets te drinken gewild?’. Opvallend dat die vraag in de verleden tijdsvorm gesteld wordt, terwijl je wil weten of je gasten momenteel iets willen drinken. Paulien Cornelisse trok de conclusie dat hier waarschijnlijk nog iets achteraan hoorde te komen, namelijk: ‘Had u nog iets te drinken gewild? (als ik bereid was u dat te geven)’. Geen al te meewerkende ober dus.
Wij hadden onlangs ook zo’n ober naast onze tafel. Die sprak niet in de verleden tijd, maar juist in de toekomstige tijd. Nadat hij ons gerecht op tafel had gezet. Of ons drinken. Of eigenlijk na alles wat hij bij ons op tafel zette, zei hij: ‘Ik zou zeggen: geniet ervan.’ Ik vind die constructie niet raar, alleen maar heel bijzonder. Als hij het gedeelte ‘Ik zou zeggen’ ervoor weg zou laten, zegt hij eigenlijk precies hetgeen waarvan hij nu zegt dat hij het zou zeggen.
Ik heb lang nagedacht over deze zou-constructie, maar ook hier lijkt het alsof er nog iets achteraan hoort te komen. Bij het woord zou is het volgens mij namelijk altijd:
Ik zou [X] als/maar [Y]
Als iemand zegt ‘Ik zou op vakantie gaan’. Dan ga je er ten eerste vanuit dat diegene niet op vakantie is geweest. En ten tweede verwacht je dan nog een vervolg, bijvoorbeeld: ‘Ik zou op vakantie gaan, maar de vlucht ging niet door’ of ‘Ik zou op vakantie gaan, als ik de loterij won’. Ik heb nog geen voorbeeld kunnen verzinnen waarbij er zou in een zin gebruikt wordt, zonder dat er een vervolg achter hoeft.
In het geval van de ober ben ik dan dus ook heel benieuwd wat voor vervolg achter zijn zin aan zou kunnen komen. ‘Ik zou zeggen: geniet ervan (maar ik krijg het m’n strot niet uit)’ of ‘Ik zou zeggen: geniet ervan (als ik een aardige ober was)’. Mijn vriend zei dat hij misschien wel bedoelde dat wij dat tegen elkaar moesten zeggen. Dus: ‘Ik zou zeggen: geniet ervan (als ik jullie was).’ In dat geval was de ober gewoon een bemoeial. Ik ben er nog niet uit wat nou het meest logische vervolg is. Maar we hebben wel genoten. 🙂
*Laat me in een reactie weten wat volgens jou het beste (of leukste) vervolg is!
